- Online handleiding
- SOLARWATT Charger max
- Installatie
Installatie
In dit hoofdstuk wordt de installatie van de Charger max beschreven.
Neem alle veiligheidsinstructies en eisen voor de installateur.
Neem de voorschriften met betrekking tot de montageplaats en de maximale en minimale montageafstanden voor de lader.
Wandmontage
Controleer of de aard van de muur en het meegeleverde bevestigingsmateriaal geschikt zijn om het gewicht van de oplader (6 kg) plus de trekkracht (oplaadkabel) te dragen.
- Teken de boorgaten af met behulp van het boorsjabloon, boor de gaten (8 mm) en voorzie deze indien nodig van pluggen
- Mocht er in het gebied van het bovenste bevestigingspunt 3 inbouwleidingen aanwezig zijn, dan kan er via de achterzijde van de behuizing naar een alternatief bevestigingspunt 4 worden geboord
- Draai de schroef van het bovenste bevestigingspunt ongeveer 2 cm in – zorg voor een stevige bevestiging
Aansluitkabel vanaf de achterzijde (inbouwinstallatie):
- Voer de aansluit-/datakabel door de voorbereide kabelopening(en) – let op dat deze goed afgedicht is
- Hang de oplader aan de bovenste schroef (sleutelgat) en lijn deze recht uit
- Vastschroeven op alle 3 bevestigingspunten (met max. 7 Nm)
Aansluitkabel vanaf de onderkant (opbouwmontage):
- Hang de oplader aan de bovenste schroef (sleutelgat) en zet hem recht
- Vastschroeven op alle 3 de bevestigingspunten (met max. 7 Nm)
- Voer de aansluit-/datakabel door de voorbereide kabelopening(en) – let op dat deze goed afgedicht is
1 | Bevestigingsgaten oplader | 3 | Inbouw van de kabel (optioneel) |
2 | Bevestigingsgaten stekkerhouder | 4 | Positie van het reserveboorgat (gemarkeerd op de achterzijde van de lader) |
Kabelinstallatie
- Strip de toevoerkabel minimaal 150 mm af
- De aardleiding op 13 cm inkorten, de andere aansluitdraden op 10 cm
- De toevoerleiding recht en zonder druk door de afdichting leiden.
Let op netheid.
De kabelmantel moet minimaal 10 mm door de afdichting in de behuizing steken.
De installatiebuis/-slang mag niet door de afdichting (of kabelwartel) worden geleid.
Elektrische aansluiting
Aderdoorsneden:
11 kW (16 A): 2,5 – 10mm²
22 kW (32 A): 6 – 10mm²
- Strip de aansluitdraden 18 mm af
- Steek de aansluitdraden tot aan de aanslag in de Push-In-veerklemmen
- Open indien nodig de klemmen met een schroevendraaier (< 3 mm)
- Controleer of de aansluitdraden stevig vastzitten
De klemmenafdekking monteren
De klemmenafdekking dient voor een veilige scheiding tussen gevaarlijke spanningen en spanningen waarmee men in aanraking kan komen. De klemmenafdekking is bij de levering inbegrepen.
- Plaats de klemmenafdekking over het aansluitblok van de voedingskabel
- Sluit ook alle benodigde data- en signaalkabels aan voordat u de voedingsspanning inschakelt!
Schakel de stroom in en start de lader
- Schakel de stroom voor de lader in met de netontkoppeling (bijv. een stroomonderbreker)
Het opstarten duurt, afhankelijk van de configuratie, tussen 15 s en 120 s. De LED-balk knippert oranje. Er wordt een zelftest uitgevoerd (geluidssignaal).
Installatiemodus activeren
- Houd de verzonken serviceknop 6 seconden ingedrukt tot de tweede pieptoon klinkt
De installatiemodus is nu actief.
Indien uitgeschakeld, wordt de Bluetooth-functie ingeschakeld.*
De LED's van het Smart Charging-symbool lichten oranje op,
de ingestelde laadstroomlimiet knippert oranje.
* De Bluetooth-module is bij levering al geactiveerd.
BT actief: BT-LED brandt
BT uitschakelen: - via de app
BT permanent activeren:
- via de app
- Druk 3 seconden op de serviceknop
Vereenvoudigde configuratie direct op het apparaat
Via deze vereenvoudigde configuratie kan alleen de laadstroomlimiet direct op de lader worden ingesteld (fabrieksinstelling: 16 A).
De brandende LED geeft de ingestelde maximale stroomwaarde aan:
6, 8, 10, 16, 20 of 32 A
Als de LED brandt bij de stand … (rechts naast 32 A), is er al een individuele waarde ingesteld via de KEBA eMobility-app.
- Druk (meerdere keren) kort op de serviceknop en stel de laadstroomlimiet naar wens in
Let op: houd rekening met het max. beschikbare vermogen bij het laadpunt, de voorschriften van de energieleverancier enz. om de toevoerleiding te beveiligen!
- Sluit de installatiemodus af door de serviceknop 6 seconden ingedrukt te houden
Hoe kan ik de huidige configuratie bekijken (zonder in de installatiemodus te zijn)?
- Druk één keer kort op de serviceknop
Daarna worden gedurende 5 seconden de laadstroomlimiet, de Bluetooth-status en de backend-status weergegeven.
Configuratie via de app
Voorwaarde: de lader moet in de installatiemodus staan
(serviceknop 6 seconden ingedrukt)
Met een mobiel apparaat:
- Installeer KEBA eMobility
- Bluetooth op het mobiele apparaat inschakelen (afstand tot de lader < 10 m)
- Start de app
- Voeg de lader toe met de knop [+] of selecteer een reeds toegevoegde lader
Bluetooth-koppeling tussen de app en de lader:
- Schakel Bluetooth in op de lader en het mobiele apparaat
- Voer de pincode van de oplader in (alleen bij een nieuw toegevoegde oplader)
U vindt de pincode op de sticker op de achterkant van de bij de oplader meegeleverde beknopte handleiding (zie afb.).
Inloggen als installateur
- Kies de rol 'Installateur' , voer het wachtwoord in en sla het op
U vindt het installateurswachtwoord op de sticker aan de achterkant van de beknopte handleiding die bij de oplader is geleverd (zie afb. hierboven).
- De basisconfiguratie uitvoeren
| Parameter | Beschrijving | Instelling |
|---|---|---|
| Max. HW-stroom | Maximale laadstroom die aan een voertuig kan worden geleverd.
| 6 – 32 A (in stappen van 1 A) |
| Nominale spanning | Selecteerbaar: 100, 110, 115, 120, 127, 220, 230 of 240 V | 100 – 240 V |
| Faserotatie | Werkelijke bedrading: L1-L2-L3, L2-L3-L1, ... | L1 - L2 - L3 |
| Max. asymmetrische stroom | Maximale stroom voor het laden van een voertuig in 1 of 2 fasen. Deze instelling kan vereist zijn volgens de voorschriften voor de netaansluiting. | 6 – 32 A (in stappen van 1 A) 0...uitgeschakeld |
| Parameters | Potentiaalvrije schakelcontactingangen X1a / X1b * | Instelling |
|---|---|---|
| X1x geactiveerd | Activeert de betreffende schakelcontactingang | Uit / Aan |
| Functie X1x | Opladen alleen bij gesloten, extern schakelcontact (=1). Bij open ingang (=0) is opladen niet mogelijk.
Bij een open ingang (=0) is alleen beperkt laden mogelijk. Er moet een stroomlimiet voor X1x worden opgegeven (bijv. 6 A in Duitsland voor §14a EnWG-conforme afstandsbediening door de netbeheerder).
Bij een gesloten ingang (=1) wordt de laadsessie in elk geval gestart.
Bij een gesloten ingang (=1) wordt de PV-geoptimaliseerde laadstroominstelling genegeerd. In plaats daarvan wordt er met maximale laadstroom geladen (laadboost). | Opladen / niet opladen
Max. laden / verminderd laden
Omzeiling van autorisatie
PV negeren via X1
|
* Status uitlezen: met 12 V DC PELV-spanning / 2 mA; geen potentiaalscheiding ten opzichte van de interne elektronica
| Parameters | Potentiaalvrije schakelcontactingangen X1a / X1b * | Instelling |
|---|---|---|
| X2 geactiveerd | Activeert de betreffende schakelcontactuitgang | Uit / Aan |
| X2-functie | Schakelt de uitgang in zodra een voertuig aan het laadstation is aangesloten.
Schakelt de uitgang in zolang het aangesloten voertuig wordt opgeladen.
Schakelt de uitgang in wanneer vastgekleefde contacten van het hoofdrelais worden gedetecteerd en het interne hoofdrelais niet meer kan worden aangestuurd. | Signalering van de beschikbaarheid v
Signalering
Signalering |
* voor SELV/PELV-spanningen (< 30 V AC | ≤ 60 V DC); potentiaalscheiding 1500 V AC ten opzichte van de interne elektronica
- Kies de rol 'Gebruiker' in de app voor de uitgebreide configuratie / het volledige functiebereik.
Het gebruikerswachtwoord vindt u op de sticker op de achterkant van de beknopte handleiding die bij de oplader is geleverd (zie afb. hierboven).









